Yurlspagina groep 6a
 
(Advertentie)
(Advertentie)
Hoe vind ik de persoonsvorm en het onderwerp in een zin?
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
Werkboekjes Weer naar school
Nieuwe, leerzame werkboekjes voor groep 1 t/m 8!
(Advertentie)
(Advertentie)

 

Lidwoorden staan vóór het zelfstandig naamwoord.

Er zijn drie lidwoorden:

 

de, het ('t), een ('n),


 

  • de kast
  • het bed
  • een kast, een bed

    

Wie loopt daar ? Mijn vader loopt daar.
Waarom loopt hij zo snel ? Hij loopt zo snel omdat hij te laat is voor het werk
Waar werkt hij ? Hij werkt in Brussel 
Hoe gaat hij naar huis ? Hij gaat naar huis met de trein 
Welke trein neemt hij ? Hij neemt de trein naar Gent
Wat doet hij op de trein ? Hij leest een boek op de trein
Welk boek leest hij? Hij leest een boek over Egypte.
Wanneer komt hij thuis ? Hij komt thuis om 6 uur.